Naam en zetel
De naam van de stichting is: Stichting Opoe Jans.
De stichting is gevestigd in de gemeente Haarlemmermeer.
De naam van de stichting is: Stichting Opoe Jans.
De stichting is gevestigd in de gemeente Haarlemmermeer.
De stichting heeft als doel: het bevorderen van de persoonlijke en professionele ontwikkeling van mensen van alle leeftijden, teneinde hun zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en welzijn te vergroten, kansenongelijkheid te verkleinen en sociale cohesie te versterken en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.
De stichting heeft geen winstoogmerk.
De stichting beoogt het algemeen nut.
De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:
Het bestuur van de stichting bestaat uit drie of meer natuurlijke personen.
Het bestuur stelt het aantal bestuurders vast.
Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
Het bestuur kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer van deze functies vervullen.
De bestuursleden worden benoemd door het bestuur.
Vacatures moeten binnen drie maanden na het ontstaan ervan worden vervuld.
Bestuursleden moeten voldoen aan de volgende vereisten:
Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere bestuurder een familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel.
Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.
Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten die zij redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie.
Het bestuur kan aan een of meer bestuurders vacatiegelden toekennen als beloning.
De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.
Een bestuurder kan worden geschorst door de gezamenlijke overige bestuurders, ten minste twee in getal.
Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren.
Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing.
De bestuursfunctie eindigt:
Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast.
Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast.
Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting of een medebestuurder geen contact met een bestuurder kan worden verkregen, met dien verstande dat het bestuur kan besluiten dat een andere periode van toepassing is.
Iedere bestuurder is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
De bijeenroeping van de vergadering van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend.
De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.
De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.
Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.
Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering vertegenwoordigen.
In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem.
Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan beraadslagingen en de besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.
De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden.
Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon.
De notulen worden nadat zij zijn vastgesteld door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend.
Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als alle bestuurders zich vóór het voorstel hebben verklaard.
Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt.
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
Het bestuur houdt een register bij waarin is opgenomen aan welke personen de stichting een uitkering heeft gedaan. Het gaat hierbij om uitkeringen die niet groter zijn dan vijfentwintig procent (25%) van het voor uitkering vatbare bedrag in een bepaald boekjaar. In het register worden de namen en adressen geregistreerd van de personen die een uitkering hebben ontvangen, de hoogte van de uitkering en de datum waarop de uitkering is gedaan. Deze verplichting staat in artikel 2:290 Burgerlijk Wetboek.
Het bestuur mag de besluiten nemen in de zin van artikel 2:291 lid 2 Burgerlijk Wetboek. Dit betekent onder meer dat het mag besluiten een registergoed aan te kopen en zich mag borgstellen.
Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd:
Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit één bestuurder bestaat.
Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Het boekjaar loopt gelijk aan het kalenderjaar.
Het bestuur moet elk jaar binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting (laten) opstellen.
De penningmeester zendt deze documenten vóór het einde van deze termijn aan alle medebestuursleden.
Het bestuur kan verplicht zijn ook een jaarrekening en een bestuursverslag te maken. Dit geldt voor bepaalde stichtingen die een onderneming hebben en staat in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek. Als het bestuur verplicht is een jaarrekening en jaarverslag te maken, dan wordt dit ter inzage gelegd op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens.
Het bestuur kan een accountant aanwijzen om de balans en de staat van baten en lasten te onderzoeken. Dit staat in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze accountant brengt over dit onderzoek verslag uit aan het bestuur met een controleverklaring. Hierna kan het bestuur overgaan tot het vaststellen van de balans en de staat van baten en lasten.
Binnen één maand nadat de balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening is opgemaakt, wordt deze vastgesteld door het bestuur.
Deze documenten worden ondertekend door alle bestuursleden. Als een handtekening ontbreekt wordt de reden daarvan op het document vermeld.
De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met maximaal vier maanden. Er moet dan sprake zijn van bijzondere omstandigheden.
Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels vastgelegd die het bestuur nodig vindt voor de uitvoering van de bestuurstaak. Een reglement mag niet in strijd zijn met de statuten of de wet.
Het bestuur kan een reglement wijzigen en ook intrekken.
Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met datum vanaf wanneer het geldt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit tot het vaststellen van het reglement werd genomen.
Het bestuur mag de statuten wijzigen.
Het besluit tot statutenwijziging wordt genomen met een meerderheid van minimaal twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Is in de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging geagendeerd is het minimale aantal bestuurders niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan na die vergadering een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen. Deze nieuwe vergadering vindt niet eerder plaats dan drie weken na de eerste vergadering, maar niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan het besluit tot statutenwijziging worden genomen met een meerderheid van minimaal twee derde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden.
De woordelijke tekst waarmee de statuten gewijzigd zouden moeten worden, wordt bij de oproeping meegestuurd naar alle bestuursleden.
De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval minimaal twee weken.
De statuten worden met een notariële akte gewijzigd. Een statutenwijziging gaat in op het door het bestuur bepaalde moment. Dit moment ligt na het ondertekenen van deze akte. De akte wordt door minimaal twee bestuursleden ondertekend. Als het bestuur uit één bestuurslid bestaat, dan wordt de akte door dit ene bestuurslid getekend.
Het bestuur kan een of meer bestuursleden en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen om de akte te ondertekenen.
Als het bestuur een besluit wil nemen om de stichting te laten fuseren, te splitsen of in een andere rechtsvorm om te zetten, dan moeten naast de wettelijke regels ook de regels van het vorige artikel worden gevolgd.
Het bestuur mag besluiten de stichting te ontbinden. Op dit besluit is wat er in artikel 10 is bepaald van toepassing.
Het bestuur stelt bij het besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel batig saldo.
Een batig liquidatiesaldo wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt maar indien het een culturele instelling als bedoeld in artikel 1.d. van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 betreft, ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
Het bestuur moet het vermogen van de stichting vereffenen, tenzij er bij het ontbindingsbesluit een of meer andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen.